WAT IS EEN HILL CLIMB?

Wat is het principe van een heuvelklim, internationaal bekend als hill climb? Dat is vrij eenvoudig, wie het snelst van een oplopend traject weet af te leggen is de winnaar. Vaak bestaat dat traject uit een relatief kort, smal en bochtig stuk weg. Zowel berijders als coureurs worden daarbij stevig op de proef gesteld.

De hill climb is een echte klassieker in de autosport en er gaan verhalen dat er al hill climbs plaatsvonden voordat er op de openbare weg werd geracet. Zo beklom men rond 1900 de berg “La Turbie” in de omgeving van Nice. Het Duitse automerk Daimler was hier al flink vertegenwoordigd. In de jaren ’30 beleefde de hill climb een hoogtepunt met het “Bergmeisterschaft” met de Grossglockner, Klausenpass en de St. Bernhard in de hoofdrol. Daar streden Auto-Union en Mercedes-Benz om de bokaal. Een van de meest succesvolle coureurs destijds in deze discipline was Hans Stuck.

Auto Union

Foto: Hans Stuck op Shelsey Walsh in 1936

Anno 2019 is de hill climb weer helemaal “hot and happening” met zelfs een Europees Kampioenschap van de FIA.

Toch kent de hill climb nogal wat gradaties. Dat varieerde van de lange klims in de Alpen tot de kort sprintjes om Engeland waar de parcoursen bijna allemaal in prive bezit waren. Het was vroeger ook gebruikelijk dat een Hill Climb onderdeel uitmaakte van bijvoorbeeld de Nationale Toerwagen Kampioenschappen zoals tot 1970 in Vaals het geval was.

Het tweede hoogtepunt van de hill climb werd beleefd in de jaren ’60 waar de merken Ferrari, Porsche, BMW en Abarth om de eer streden op onder andere de Mt. Ventoux (F), Ollon-Villars en Sierre-Crans- Montana (CH), Rossfeld (D) en Trento Bondone (I). De overeenkomst van de auto’s was dat ze over een maximale motorinhoud van 2 liter beschikten (zonder turbo), vederlicht waren(ca. 450 kg) en maximaal 250 pk leverden. Porsche reed met achtcilinders terwijl Ferrari twaalfcilinder Formule 1 motoren uit begin jaren zestig uitboorde tot 2 liter. BMW en Abarth hielden bij relatief bescheiden 4 cilinder motoren.